


|
|
||||||||
Mélange ŕ Trois
Uitgevoerd: vrijdag 28 mei 2010 - Grote Kerk, Elst (gld) zondag 30 mei 2010 - Paduakerk, Nijmegen
Dé muzikale traktatie van 2010: mélange ŕ trois: een muzikaal drieluik bestaande uit de “Six Chansons” van Hindemith, de mis in D-groot van Dvorák en zes romantische Engelse liederen.
Antonin Dvorak, Mis in D-groot, opus 86
Dvorak (Tsjechië, 1841 - 1904) schreef deze mis op verzoek van de Praagse architect en kunstnestor Josef Hlavka.
In die kapel was ook de eerste uitvoering, op 11 september 1887. De
vrouwelijke solopartijen werden toen gezongen door de echtgenotes van
Hlavka en Dvorak: Zdenka en Anna. Dvorak dirigeerde zelf. De mis paste precies bij de gelegenheid: melodieuze partijen,
begeleiding van alleen orgel en geen “grote” soli. Een werk voor de
Praagse kathedraal had beslist anders geklonken. Dat de heersende mode anders was bleek duidelijk toen hij het werk
uitgegeven probeerde te krijgen. Dat lukte pas toen een uitgever hem
eerst de orgelpartij voor orkest liet bewerken. Deze grote versie werd
toen bekend en is sindsdien uitgevoerd. Pas later is de oorspronkelijke versie weer uit het manuscript
overgenomen, zodat het werk nu in zijn ware gedaante beluisterd kan
worden.
Paul Hindemith – Six Chansons (1939) Paul Hindemith (1895-1963)
Na zijn muziekstudie en werk als dirigent en concertmeester (altviool) bij de opera in Frankfurt, werd Hindemith in 1927 benoemd tot compositieleraar aan de Hochschule für Musik te Berlijn.
Hindemith vormde in Duitsland het boegbeeld van de stroming die een radicale breuk met de laat negentiende-eeuwse Romantiek voorstond. Hij gebruikte al snel ‘jaren-20’ tendensen als spot, persiflage, lichte muziek en expressionisme in zijn muziek.
Omdat de nazi’s hem ervan beschuldigden de Duitse muziek te ondermijnen, werd zijn muziek als ‘entartet’ bestempeld. In 1938 vluchtte hij naar
Zwitserland waar hij in contact kwam met het werk van Rilke.
Als dank voor zijn verblijf in Zwitserland schreef hij zijn “Six
Chansons” voor het plaatselijke koor (1939). De teksten van de Six
Chansons worden gevormd door gedichten van Rainer Maria Rilke, uit de
bundel 'Vergers' die hij schreef in 1924/1925.
“Is er niet een grote mate van bewuste beheersing van het materiaal voor nodig, evenals het gebruik ervan, om datgene in tonen weer de geven wat door het hart gedicteerd wordt”
aldus Hindemith in zijn Unterweisung im Tonsatz.
|
||||||||