
|
|
|||||||||||
Rakastava
Uitgevoerd: vrijdag 25 maart 2011 - Grote Kerk, Elst (gld) zondag 27 maart 2011 - Paduakerk, Nijmegen
Aan einde van de 19e eeuw voorzag Sibelius, min of meer gedwongen, in zijn levensonderhoud met lesgeven en het componeren van korte stukken. Hij had daardoor weinig tijd voor het 'echte' werk. Onder de grotere composities, die hij in deze periode wist te voltooien, is een werk in drie delen - Rakastava - misschien wel het meest opvallend.
De teksten van Rakastava (de geliefde) zijn afkomstig uit een collectie lyrisch Finse volksgedichten, bekend als de Kanteletar, die een belangrijk onderdeel zijn van het Fins cultureel erfgoed. Rakastava maakt duidelijk dat Sibelius niet altijd de afstandelijke, teruggetrokken persoon is geweest uit zijn latere jaren. Hier is sprake van een jeugdige expressie en een eerbetoon aan de liefde.
In het sombere eerste deel komt de 'volkse' oorsprong het sterkst tot uitdrukking. De koorzetting is grotendeels homofoon en er zijn minder chromatische uitdagingen, die de volgende delen juist zo kenmerken. In het tweede deel werkt de herhaling van het woord 'Ei-laa' als lichtvoetige achtergrond voor de melodie-stemmen, die daar in langere noten bovenuit klinken. Deze compositie van koorstemmen, veel toegepast door latere componisten, is in 1893 zijn tijd vooruit. Sibelius creëert hiermee een sfeer van melancholie, een herinnering aan een geliefde die ver weg is. De tenorsolo in het laatste deel bezingt het droevig uiteengaan van de twee geliefden 'Goede nacht-vaarwel' in een steeds wisselend metrum van 5 en 7 tellen. Dit is ongebruikelijk aan het einde van de 19e eeuw, maar volgt exact het ritme van de tekst.
|
|||||||||||